Vogels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fret en Hond


 

Fretten: Worden gebruikt om het konijn uit de bouw (konijnenhol) te verjagen. Eerst wordt gekeken waar de verschillende pijpen en springpijpen zich bevinden. Hierbij wordt gelet of de pijp belopen is, wat wil zeggen of er onlangs nog konijn in of uit het hol gelopen is. Dit kun je onder andere zien aan verse graafsporen, platgetrapte grond en blaadjes, en of er bijvoorbeeld geen spinrag of andere obstakels net in de pijp zitten. Als verwacht wordt dat er konijn in de bouw aanwezig zou kunnen zijn wordt de fret geplaatst. Hierbij wordt steeds opgelet zo min mogelijk op de bouw te lopen en wordt zo min mogelijk geluid gemaakt. Een konijn die mensen hoort of ziet voor de bouw zal waarschijnlijk niet springen, maar liever z'n kansen met de fret wagen. Ook aan een goede ervaren fret kan men meestal direct zien of een bouw in gebruik is of niet. Vaak komt de fret heel snel weer naar buiten als dit niet zo is. Om hier op te kunnen vertrouwen is het noodzaak dat men weet dat de fret goed loopt in een pijp waar wel konijn op zit. Als de fret eenmaal onder is kiest de havikier positie en kunnen andere aanwezigen mede door hun positie enigszins de baan die het konijn zal gaan nemen bepalen. Het is mogelijk voor de valkenier zelf te freteren en te jagen met de vogel, makkelijker is het echter een fretteur te hebben die speciaal meegaat om te freteren, hierdoor kan de havikier alle aandacht bij de vogel en de vlucht houden. Terwijl de fretteur na het springen van het konijn rustig kan wachten tot de fret weer boven komt.

 

Fretten worden in het veld gedragen in een frettentas of in een kist. Welke hiervoor gebruikt wordt hangt af van persoonlijke voorkeur, meerdere fretten is vaak makkelijker in een kist, één of twee fretten net zo makkelijk in een tas. Het voordeel van een tas is dat deze een stuk lichter zijn als de meeste kisten.

 

Ook voor fretten is er speciale telemetrie te verkrijgen. Met een halsband wordt een zender om de nek van de fret gedaan, met de bijbehorende ontvanger kan redelijk nauwkeurig bepaald worden waar, en hoe diep de fret onder de grond zit. Niet alleen is een goede fret z'n gewicht in goud waard, maar een achtergelaten fret op het jachtterrein kan een flink gedeelte van de aanwezige konijnenpopulatie vermoorden. Zorg er dus altijd voor de fret weer mee naar huis te nemen. Een goed voorbeeld van fretten telemetrie is de Deben Ferret finder.

 

 


Honden: Voor de jacht met roofvogels maken we gebruik van twee soorten, staande honden en drijvende honden. De staande hond wordt vaak gebruikt voor de jacht met valken op bijvoorbeeld fazant, waarbij de hond "voorstaat" op het wild. Drijvende honden worden bijvoorbeeld gebruikt voor de jacht met havik op konijn, waarbij de hond het wild uit de dekking drijft. Als staande honden worden vaak de Engelse staande honden gebruikt, zoals de Pointer. Deze honden zoeken met grote slagen het open veld af, op zoek naar wild in de dekking. Vind de hond bijvoorbeeld een fazant, dan moet deze voorstaan. Dit houd in dat de hond op een dusdanige afstand blijft staan, waardoor de fazant zich in de dekking drukt. We noemen dit een Point. Op commando, als de valkenier en de vogel klaar zijn voor de prooi, moet de hond de prooi opstoten. Belangrijk is dat de hond de prooi niet achtervolgd. Bij drijvende honden is het belangrijk dat de hond de dekking grondig afzoekt naar bijvoorbeeld konijn. Het spreekt voor zich dat de hond dit op niet te grote afstand van de valkenier mag doen, aangezien het wild dan te ver voor de valkenier wordt uitgedreven, waardoor de kans dat de vogel de prooi kan bemachtigen erg klein wordt. Als drijvende hond wordt veel gebruik gemaakt van de Engelse springer spaniël of de Epagneul Breton, welke beide typische drijvende honden zijn. De Continentale honden zoals de Duitse staande draadhaar zijn geschikt voor een combinatie van de verschillende jachttechnieken.

Meer informatie volgt.......