Vogels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Training

Ik zal hier proberen de training van een roofvogel, jachtvogel in het kort te beschrijven. Meer om te laten zien op welk principe de training gebaseerd is, aangezien een echt tijdschema niet te geven valt. Elke vogel is en reageert anders, en de training wordt dan ook van moment op moment bepaald, terwijl continue gekeken wordt naar de reacties, en het gewicht van de vogel.

 

Het praktische gedeelte van het omgaan en treinen van roofvogels leer je niet uit boeken of via internet, maar zou in alle gevallen moeten worden overgebracht van mentor op aspirant.

 

Voor degene die er over denken met een roofvogels te beginnen, is er dus eigenlijk maar één advies: Zoek een mentor in je omgeving, die je de omgang met roofvogels, en de training hiervan kan laten zien. Alleen aan de hand van deze ervaring kan een keuze gemaakt worden met welke soort vogel je wil beginnen. Vragen als, "wat is de ideale beginnersvogel" of "ik wil graag met een valk gaan vliegen, maar hoe kan ik hier het beste mee beginnen" zullen hier ook niet beantwoord worden.

 

Het trainen van roofvogels bestaat voor het grootste deel uit het verkrijgen van vertrouwen. Er wordt wel eens gezegd dat roofvogels op honger gevlogen wordt, maar een ongetrainde vogel valt liever dood neer als dat hij voor eten op de handschoen komt.

 

De eerste stap is dus ook het creëren  van vertouwen tussen de vogel en de valkenier. Dit gebeurd door de vogel veelvuldig op de hand te dragen. Tijdens deze periode laten we de vogel ook langzaam iets zakken in gewicht, zeker voor de beginnende valkenier is het hierbij belangrijk te weten wat het volgewicht is van de vogel, zodat we ongeveer weten naar welk gewicht we kunnen zakken, en wat uiteindelijk ongeveer het  vlieggewicht zal worden. Het volgewicht is het gewicht dat de vogel bereikt als hij langere periode zoveel heeft kunnen eten als de vogel zelf wil, bijvoorbeeld terwijl deze nog in de volière zat. Zodra de vogel zijn ergste angst voor de valkenier heeft overwonnen, en wat rustiger op de handschoen zit, zal dit in combinatie met het iets lagere gewicht er voor zorgen dat de vogel op de handschoen begint te eten.

 

Zodra de vogel rustig op de handschoen eet, kunnen we proberen de vogel op de handschoen te gaan laten stappen voor eten. We zetten de vogel hiervoor op een zitplaats, anders als de plek waar de vogel normaal gesproken zit. We trainen de vogel nooit vanaf zijn normale zitplaats, om te voorkomen dat de vogel in een later stadium constant afvliegt van zijn zitplaats voor voer, zodra we in het zicht komen. Meestal houden we voer vast in de handschoen, en houden dit voor de vogel, zodra de vogel hiervan wil eten, brengen we de handschoen langzaam omhoog, waardoor de vogel op de handschoen moet stappen om nog stukken van het aas te kunnen trekken.  Zodra de vogel dit zonder te lang twijfelen doet, kunnen we door met de volgende stap.

 

In plaats van het voer zo dicht bij de vogel te houden dat deze hier vanaf de zitplaats bij kan, houden we het voer nu op een afstand zodat de vogel er net niet bij kan. Bij deze stap laat de vogel in eerste instantie vaak zien, hoever de poten reiken, en hoe snel ze hiermee zijn. Let dus op dat de vogel met zijn gestrekte poten niet bij het voer kan, en daadwerkelijk een sprongetje naar de handschoen moet doen, om bij het voer te komen. Waagt de vogel het sprongetje niet, geef hem dan op dat moment niets te eten, en probeer het later die dag, of de volgende dag nog een keer. Ga geen stappen terug, maar altijd vooruit. Ben je dus begonnen aan het laten doen van een sprongetje, ga dan niet terug naar het laten opstappen voor voer. Het is dan ook vaak beter te wachten met de volgende stap, tot je vrij zeker ben dat de vogel deze stap ook werkelijk gaat maken. Duurt het te lang voor de vogel reageert, dan is waarschijnlijk het gewicht nog net iets te hoog. Vergeet niet dat het steeds blijven dragen van de vogel, voor het verder versterken van het vertrouwen, een belangrijk onderdeel blijft. Sommigen zetten de vogel tijdens dit hele proces binnen op blok, of hoogrek, om de vogel zoveel mogelijk aan menselijke aanwezigheid te laten wennen. De sprongetjes kunnen worden uitgebreid tot de lengte van de langveter, komt de vogel direct bij het laten zien van voer, over de volledige lengte van de langveter, dan is het tijd voor de lange lijn. Twijfelt de vogel nog te lang voor hij een sprongetje waagt dan moet of het gewicht nog iets omlaag, of moet er nog meer aan het vertrouwen gewerkt worden.

 

Eenmaal aan de lange lijn gaan we de afstand steeds verder vergroten. Ook hier is het belangrijk de stappen niet te groot te maken. We hebben liever een directe reactie bij het tonen van het voer, als dat we moeten wachten tot de vogel eindelijk komt. Hoe kleiner de stappen, hoe groter de kans dat de vogel direct komt. Dit is ook de tijd om de vogel op vreemd terrein te gaan trainen. Een vogel die op bekend terrein vliegt, zal minder aandacht voor de omgeving hebben, als een vogel op vreemd terrein. Laat de vogel vanaf nu dus ook wennen aan vreemd terrein. Niet alleen het wennen aan vreemd terrein is belangrijk, ook alle omstandigheden die we in het veld, wanneer de vogel los is, tegen kunnen komen zoals fietsen, honden, paarden etc. moet de vogel aan wennen. In principe vliegen we de vogel zo kort mogelijk aan de lange lijn, aangezien deze ook nadelen kan hebben op de training. Een vogel die 20 meter aan de lange lijn komt, heeft al een behoorlijke snelheid, blijft de lange lijn tijdens de vlucht ergens achter hangen, dan kan de vogel hier zo van schrikken dat hij de volgende keer twijfelt om te komen. Zorg dus altijd dat gevlogen wordt op een effen terrein, waar de kans dat de lange lijn ergens achter blijft hangen minimaal is. Onnodig lang blijven vliegen aan de lange lijn is dus af te raden. Al kiezen enkelen er voor om de vogel tot wel 100 meter afstand aan de lange lijn te vliegen, persoonlijk vind ik het voldoende als de vogel op vreemd terrein direct komt op 30 a 40 meter.

 

Hierna is het de tijd om de vogel los te gaan vliegen. Als de vogel voor het eerst los gaat, is het belangrijk om zo min mogelijk af te wijken van de tot nu toe gebruikte methode, ga dus niet ineens naar een vreemde locatie, waar zich dingen voor kunnen doen die de vogel niet gewend is. Ook is het verstandig om de vogel de laatste 1 of 2 keer aan de lange lijn al met de zender gevlogen te hebben, zodat dit ook niet geheel nieuw meer voor hem is. Let op hoe de vogel op het moment reageert, laat eventueel wat eten zien om te kijken hoe hij hierop reageert, hang er een zender aan, en het is tijd om de vogel voor het eerst los te vliegen.